Maandelijks Archief:juli 2016

Wonen in een bejaardentehuis. Ik kon me er geen beeld van vormen toen de optie zich voordeed. Mijn eerste reactie was terughoudend van aard: mensen aan het eind van hun leven… daar krijg je vast weinig energie van, leek me. Ik twijfelde eerst dan ook of ik zoiets wel aan wilde gaan. Maar na drie maanden wonen in Tuindorp-Oost is mijn beeld 180 graden gedraaid. Ik heb mijn buurvrouw begeleid in de laatste weken van haar leven. En het was zo mooi om te doen. Om de tijd te nemen om even bij haar te komen zitten, een kopje koffie te drinken. Samen asperges te eten, die voor haar natuurlijk veel te taai en draderig waren om weg te krijgen. Samen naar het winkelcentrum gaan om een boel zoete lekkernijen te halen, een van de weinige dingen die ze nog wél wegkreeg. Samen stiekem een sigaretje roken op het balkon, omdat het haar “geen snars meer kon schelen.” Plannen maken om naar de speelhal te gaan, maar tot de conclusie komen dat dat toch wel een beetje ver weg was. Horen over hoe ze carrière had gemaakt in de mode-industrie en hoe ze altijd voor zichzelf heeft gezorgd. En haar ongenoegen en verlorenheid te zien over het feit dat ze dat nu niet meer kon. Bij de pinken als ze was, had ze maar al te goed door hoe ze aftakelde.

Dementie had geen bezit van haar genomen, dus haar geest was tot een paar weken voordat ze stierf heel helder. Des te wranger was het voor haar om steeds minder te kunnen, steeds minder leven in haar lichaam te voelen. Om te merken dat haar ogen steeds slechter zagen en om herhaaldelijk zaken kwijt te zijn. Zelf haar kunstgebit op een gegeven moment. Ondanks deze pijnlijke, bewuste staat van zijn, bezat onze buurvrouw nog een gezonde dosis cynische humor. Ik heb vaak om haar zure grappen gelachen, na eerst gecheckt te hebben of ze wel echt cynisch bedoeld waren. De twinkeling in haar felblauwe kraaloogjes liet daar geen twijfel over bestaan. Zoals die keer toen ze voor de tweede keer in één week was gevallen, omdat haar tere benen haar simpelweg niet meer konden dragen en ze daar een joekel van een blauw oog aan over hield. Haar verklaring: “Ach ik ben gewoon wat uitgeschoten met de oogschaduw.” Gevolgd door die droge, samenzweerderige glimlach van d’r.. Onschatbaar.

Het was ons zoontje Mees die haar bij ons op de stoep deed belanden. Toen we er net een week of wat woonden, belde ze aan met de vraag of Mees er ook was. Toen ik zei van niet, maakte ze rechtsomkeerts: “Jammer, ik kwam voor Mees. Goedemiddag!” Lekker direct was ze. Ik mis haar en haar bitterzoetheid. Het allermooiste was m’n buurvrouw als ze bij Mees was. Haar ogen lichtten dan op en ze werd in een klap blij en luchtig. Vroeg zich hardop af waar ze zou beginnen met hem op te eten. Ook leerde ze hem nuttige wijsheden: “Als iets je niet zint, dan zeg je gewoon verdomme!” Deze lijn van opvoeding zetten wij uiteraard door.

Uiteindelijk is de derde val haar fataal geworden. Gelukkig. Haar lijf was op. In het ziekenhuisbed lag een klein meisje van 30 kilo. Met zachte witte haren en zware oogleden. Die wederom oplichtten toen ik Mees bij haar zette. Praten lukte niet meer, maar stralen konden haar ogen nog steeds. Ook haar humor was er nog. Ik gaf haar wat te drinken met een rietje en in plaats van te zuigen, blies ze bubbels in het glas. Daarna weer die eigenzinnige blik. En toen  gleed ze in slaap. De boterkoekjes die ik meebracht heeft ze denk ik niet meer opgegeten.

We zijn naar haar crematie geweest. In een besloten kring van familie en wat vrienden en kennissen werden we warm onthaald. Ik pinkte een traantje weg toen de ceremonie besloten werd met een door haar zelf uitgekozen lied: ‘Is that all there is?’ van Peggy Lee. Luister het maar eens, het was zo toepasselijk! “Is that all there is? Is that all there is? If that’s all there is, my friend, then let’s keep dancing. Let’s bring out the booze and have a ball.. If that’s all there is…” Zo voelde ze zich waarschijnlijk aan het eind van haar leven, geen partner – nooit gehad ook – niet veel bezoek, in slechte gezondheid. Maar dan die bitterzoete inval: laten we er een feestje van maken, ookal gaat het niet meer! Lekker roken en gokken, het heeft toch geen zin meer. Het heeft me gegrepen. Om zoiets van zo dichtbij mee te maken is verrijkend geweest. Het hoort bij het leven, het einde. We hebben haar laatste maanden een stukje aangenamer gemaakt door er met aandacht te zijn. En dat voelt zo bevredigend, het geeft me energie! Het beeld dat ik had van wonen met bejaarden had klopte niet. Door ze voor vol aan te zien en met respect te behandelen, dragen we bij aan de kwaliteit van hun leven. Ookal staan ze in hun luier in de lift ‘s nachts, ookal mopperen ze, ookal vertellen ze alwéér hetzelfde verhaal en vergeten ze dat je je al tig keer hebt voorgesteld. Op het moment dat je besluit de ander als gelijkwaardig te zien, kun je pas echt contact maken. Ik geloof dat het interacteren met ouderen en ze echt zíen, voor vol aanzien, iets is dat zowel oud als jong kan verrijken.

 

 

Thuis in het tehuis

Mijn naam is Hanneke Vos. Sinds 1 april woon ik in de oude zorgvleugel van de Saffier. Ik vind het geweldig om deel uit te maken van dit mooie project en vertel jullie graag wat over mijn afstudeerproject, dat tevens over het thema zorg gaat.

Afstuderen. Omdat mijn studie grafisch ontwerp aan de Hogeschool voor de Kunsten (HKU) erg vrij is, was het moeilijk om een afstudeeronderwerp te kiezen. Het thema zorg – hoe moeilijk deze sector het momenteel ook heeft – tezamen met de kwetsbaarheid van ouderen was een thema dat mij meteen aansprak. Mijn moeder en zus werken allebei in de zorg en ik vind het een dankbaar beroep. Als ik geen grafisch ontwerp had gekozen als studierichting, was ik zeker hun weg ingeslagen.
Mijn klasgenoot Dorien Heemstra en ik hadden allebei een overkoepelend thema. Zij koos ‘eenzaamheid’ als onderwerp en ik ‘dementie.’ Twee prachtige onderwerpen die veel aandacht nodig hebben en beiden ook veel in het nieuws zijn.

Na een tijdje brainstormen met elkaar hadden wij het idee gevonden om onderzoek te gaan doen in een verzorgingstehuis. Na wat telefoontjes en bezoeken aan een verzorgingstehuis in Utrecht, mochten wij in februari 2016 twee weken komen logeren. Wat is er nou mooier om zelf in het tehuis te zitten en alle indrukken en ervaringen te ontdekken en mee te maken? Ons onderzoek was echt ‘thuis in het tehuis.’ We vroegen ons af of de mensen in het tehuis zich thuis zouden voelen. Een beetje ongemakkelijk en vreemd, zou ik onze eerste dagen in het tehuis het beste kunnen omschrijven. Twee blonde meisjes die even zouden komen logeren, maar toen wij uitlegden wat wij kwamen doen, waren de bewoners allemaal erg geïnteresseerd.

We wilden de mooie kanten blootleggen, maar ook de keerzijde van het wonen in een tehuis. Want als mensen er komen wonen moeten zij met het verhuizen een enorm grote keuze maken welke spullen zij willen houden en welke zij weg moeten doen. Dit is voor veel ouderen best een groot trauma.

We hebben een mevrouw helpen verhuizen. We stelden voor om haar te helpen met het uitpakken van de vele verhuisdozen, want dit waren er veel… erg veel! Ze had zoveel rommeltjes en kleine dingen dat wij gewoon niet wisten wat wij met al deze spullen moesten doen. Haar kamer ging van 40m2 naar een kleine 15m2. Dit is natuurlijk enorm krap en je moet dan echt spullen weg doen. Ik vond dit moeilijk om te zien. Al haar spullen waren haar erg dierbaar en hebben elk hun eigen verhaal. Ze vond het fijn om hulp te krijgen. Wij konden echt merken dat ze het moeilijk had en ook heimwee had naar haar oude huis.

We liepen elke dag mee met de afdeling en hielpen waar dit kon. Zo gingen we wandelen met de bewoners, naar het winkelcentrum. Sommigen van hen waren al maanden niet buiten geweest en genoten er van. Voor hen was het echt een uitje. We hebben mooie dingen meegemaakt, maar ook de minder leuke kanten leren kennen. Voor mijn eigen onderzoek liep ik een paar dagen mee op de dementieafdeling. Moeilijk om te zien, zeker nadat herinneringen van mijn eigen dementerende oma weer naar boven kwamen. Na anderhalve week in het tehuis te hebben gezeten begon bij ons de verveling een beetje toe te slaan. Alle activiteiten in het tehuis hadden we inmiddels wel een keer meegemaakt, waardoor we veel mensen leerden kennen. Het is grappig, want als we door de gangen lopen, worden we van alle kanten begroet! We voelen ons echt even twee bejaarde oma’s.

Opvallend ook is dat er overal een subtropisch klimaat hangt. De verwarmingen worden flink omhoog gedraaid! We hadden inmiddels ons eigen clubje met oma’s ontmoet en we gingen dan ook regelmatig bij hen op de koffie! Eén dame had veel humor en we moesten hard lachen toen ze vertelde dat er steeds een man tijdens het eten naar haar knipoogde. Ze werd er echter zo flauw van, dat ze uiteindelijk naar hem toe is gelopen en tegen hem zei: ‘Meneer volgens mij moet u een keer naar de dokter, want uw oog valt elke keer dicht!’. We moesten hard lachen om haar, wat had zij een humor! Zo gingen de grappige opmerkingen de hele tijd door. Bijzonder om een vrouw te ontmoeten die bijna 100 jaar is en nog zo enthousiast in het leven staat.

Met Valentijnsdag kochten wij voor ons vaste clubje chocolaatjes in de vorm van hartjes met een mooie kaart erbij. We merkten dat je wereld veel kleiner wordt als je in het tehuis woont en dat jouw eigen instelling bepaalt hoe jij je zal gaan voelen. Je kunt op je kamer blijven zitten en niet meedoen aan de vele activiteiten, maar je kunt ook het beste ervan proberen te maken. Grappig eigenlijk, het tehuis is net een klein dorp. We leerden van een bewoner dat het ‘leven een geleende tijd’ is en dat is eigenlijk ook wel zo.

De twee weken waren bijna voorbij, en we hadden nog één laatste wens. En dat was een afscheidsborrel met alle bewoners die wij hebben leren kennen. Deze wens ging de laatste avond in vervulling. Enthousiast werden er door bewoners flessen wijn uit de kast gehaald en de plakjes kookworst en blokjes kaas werden uitgedeeld. Iets lichtelijk aangeschoten gingen wij weer naar onze kamer terug. We hadden een geweldige laatste avond gehad met deze lieve mensen en we gaan ze oprecht missen. We hebben een mooie tijd gehad in het tehuis en zijn vele ervaringen rijker. Met dit onderzoek konden wij prima gaan afstuderen. Ik vind het daarnaast geweldig om met deze ervaring ook deel uit te maken van de Saffier. Een bijzonder project waarin jong en oud elkaar ontmoeten.

Verder lezen of benieuwd naar mijn werk:
http://exposure.hku.nl/2016/student/#3080203/hanneke-vos/sp_fa_40=109
http://www.hannekevos.nl/work/de-tijd-die-vraagt/

 

Zondagmiddag, 29 graden, lekker kuieren en zingen in de zon…

Afgelopen zondag zijn we met een groep ouderen en jongeren naar ecologisch tuinencomplex De Driehoek geweest. Deze tuinen liggen direct achter de flat van Tuindorp-Oost, tussen twee treinsporen in. De tuiniers nodigen de ouderen van TDO elk jaar uit voor een samenzijn en dit jaar hielpen een aantal nieuwe bewoners van TDO mee. Gezien vele ouderen slecht ter been zijn, kozen zij voor het gemak van de rolstoel. In twee groepen gingen we er op uit, de ouderen begeleid door jongeren, tuiniers en een enkele zoon of dochter die meeging. Bij aankomst werden we hartelijk ontvangen door de dames en heren van de tuinen. Er was koffie, thee en een hele reeks zelfgemaakte taarten! Aarbeienmonchou, appeltaarten, aardbeiencake, groene tulband, allemaal even heerlijk. Na even gezeten en gepraat te hebben, maakte iedereen zich paraat voor een wandeling door de tuinen. Langs het bijenhotel, de trompetbloemen, de aardbeien, de margrieten, de courgettes, de afrikaantjes… alles stond prachtig in bloei.

Naderhand was er nog sap, water en wat zoutjes om even bij te komen van de zwoele zomertemperatuur. De dames van de tuinen zetten een aantal oude liedjes in over de natuur. De dames van TDO vonden het prachtig, de ogen lichtten op en velen zongen uit volle borst mee. Erg mooi om te zien. Tegen het eind van de middag was de tijd van gaan gekomen en brachten de jongeren de ouderen weer terug naar hun appartementen. Mevrouw Veltman: “Het was een heerlijk uitje, ik heb heel erg genoten!” Wellicht plannen we in de herfst nog zo’n dag!

“Zullen we het samen doen?” Hoe ga je om met ouderen?

Op woensdag 6 juli jl. kwam een groepje nieuwe bewoners van Tuindorp Oost bijeen om te praten over hoe het is om met ouderen samen te wonen. Dr. Verburg, arts van de oudere bewoners en Ria Lijffijt, zuster bij Careyn, leidden de sessie waarin de beleveningswereld van ouderen centraal stond. Hoe benader je het ouder worden: als gepaard gaande met ‘kwetsbaarheid’ of als ‘ziekte’? Welke coping strategies gebruiken ouderen om hun kwetsbaarheden te verbergen? Hoe gaan wij als nieuwelingen om met depressie en dementie bij ouderen?

We krijgen college van Dr. Verburg, specialist in geriatrie en dementie in het bijzonder, waarbij er tussendoor ruimte is voor vragen en opmerkingen. We krijgen tips over hoe we ons gedrag kunnen aanpassen om ouderen die zich niet zo prettig voelen weer naar de goede dingen te laten kijken. Vragen naar iemands levensverhaal kan mooie herinneringen oproepen bijvoorbeeld. Maar dan dien je daarbij niet in te gaan op de feiten, maar juist op de beleving. Ook laten merken dat een handje helpen hier en daar jou heel weinig moeite kost, helpt de oudere die mensen liever niet tot last is.

Waar de ene oudere het heel belangrijk vindt om zijn of haar autonomie te bewaren, hebben anderen juist de neiging om zich afhankelijk op te stellen. Het is even zoeken in het begin en kijken wie je voor je hebt, want elke persoon is anders.

Er komen verschillende anekdotes voorbij, ook etische zaken komen aan bod. Ga je een sigaretje roken met een oudere die daar om vraagt? Hoe ga je om met mensen die ‘s nachts ronddwalen? Hoe kun je iemand helpen zonder degene zijn of haar autonomie af te pakken?

Het antwoord berust vaak op een inschatting maken van hoe de oudere in kwestie is gesitueerd op het continuum van autonomie en afhankelijkheid. Hoe pas je je hulp daarop aan? Hoe handel je bijvoorbeeld wanneer je op bezoek bent bij een oudere dame en de afwas graag voor haar wil doen, maar tegelijkertijd niet haar gevoel van zelfstandigheid wil aantasten? De zin die bij mij bleef hangen was: “zullen we het samen doen?” Dan heb je twee vliegen in een klap: fysieke hulp in een jasje van gezelligheid.

Oud en jong verenigd in nieuwe Utrechtse muurschildering!

Vorige week was een bijzondere week voor de bewoners van de Saffier in Tolsteeg, Utrecht. De hele week werd er door Mattia Campo Dall’Orto (IT) gewerkt aan een grootse muurschildering op een van de buitenmuren van het pand. De schildering laat twee vrouwen zien, jong en oud. Beide vrouwen zijn bewoners van de Saffier, die geposeerd hebben voor Mattia. Met hun vinger raken ze een wateroppervlak aan, ze zien een weerspiegeling van de ander in het oppervlak. De titel van het werk: Mirror of Return. 

Mattia heeft met zijn schilderwerk een reactie gegeven op de huidige veranderingen in De Saffier (zie meer info en achtergrond in de bijlage hieronder). Hij heeft er de afgelopen zes weken als artist-in-residence gewoond, gesproken met de bewoners en zijn ervaringen omgesmolten tot de muurschildering. Het schilderen zelf lokte een gezellige tijd uit voor de bewoners. Voor de veiligheid van Mattia, die vanaf een hoogwerker schilderde, was er grond-assistentie nodig. Mattia werd de gehele week ondersteund door bewoners uit het pand. Vaak, zeker bij mooier weer, zorgde dit voor gezellige ontmoetingen met wijkbewoners en andere geïnteresseerden. Wat begon met een tafel en stoel voor de vrijwilligers, eindigde met gezellige borrels, zelfgemaakte soep van mevrouw Rhebergen en allerlei andere versnaperingen die uit de woonunits.

Mattia is ook tevreden: “Dit was voor mij een van mijn warmste artist-in-residences die ik heb mee mogen maken. Het voelt alsof ik een nieuwe familie heb gevonden, ik was nooit alleen op de hoogwerker. Ik was lekker aan het werk, het feestje was 15 meter beneden me op de stoep. De muur is het fysieke resultaat van deze editie van Artshake, maar ik ben nog blijer met het enthousiasme dat ik voelde bij anderen. De herinneringen die deze week gemaakt zijn, zijn sterker en duurzamer dan de muurschildering.”

Op 3 juli jl. vond er een klein feest plaats, ter ere van het werk. Wijkregisseur Frits Velthuijs van wijkbureau Zuid onthulde het kunstwerk.

De muurschildering zou niet mogelijk zijn geweest zonder de bijdrage van Plegt-Vos en Socius.  Initiatiefnemers van Artshake zijn Linda Rosink en Barbara van Beers. Voor overige vragen over het project en het vervolg hiervan kunt u contact opnemen met Linda Rosink (0640813116) of kijken op de website: www.kopakan.nl/artshake

Achtergrond en praktische info:
Sinds augustus 2015 is er een hoop veranderd in De Saffier. In de voormalige zorgvleugel van verzorgingshuis Tolsteeg komen voor een periode van tien jaar ruim 160 wooneenheden voor jongeren, doordat zorginstelling AxionContinu naar een moderner nieuw pand verhuisde. Socius beheert deze woonunits en verhuurt ze aan starters. De jongeren zijn in één vleugel van het gebouw komen te wonen. In de andere vleugel blijven 150 aanleunflats voor ouderen. Het beste van jong en oud onder één dak.

Artshake is ontwikkeld om te onderzoeken hoe een nieuwe woonsituatie als deze ondersteund kan worden door kunst en cultuur. Ook wordt op deze wijze het veranderingsproces vastgelegd en bekeken door de ogen van een kunstenaar. Artshake stelt zich ook als doel om enerzijds een deel van de wegvallende activiteiten van AxionContinu op te vangen en anderzijds een impuls te geven aan het contact tussen jong en oud.

Artshake is een project van Stichting Kopa. Het concept is ontwikkeld door Barbara van Beers en Linda Rosink. Partners in het project zijn: Socius, AxionContinu en Portaal. Het project is mede mogelijk gemaakt door het Fonds voor Cultuurparticipatie, het KfHeinfonds, het Initiatievenfonds en Fonds Sluijterman van Loo.