Maandelijks Archief:juni 2017

DE VERHALENEXPRESS TDO ||| Meneer Merkx

Door Kim Brand, documentairemaakster.

Al drie jaar wandel ik regelmatig door de gangen van Tuindorp Oost. Om de documentaire ‘Een Nieuwe Morgen’ te maken, vind ik het belangrijk om het huis en de mensen goed te kennen. In totaal heb ik denk ik 253 kopjes koffie gedronken, 487 koekjes (vaak kreeg ik ook het koekje van de persoon met wie ik aan tafel zat, onder de noemer ‘jij moet er nog van groeien’). Ik heb minstens 765 keer de lift genomen en 15.273 keer vriendelijk ‘Goeiedag!’ geroepen naar iemand die ik tegen kwam. Alsof ik in het boek van Hendrik Groen zat, voerde ik gesprekken over de vaste plek van de ouderen die altijd rechts in de hoek zitten. De sperziebonen die je niet meer hoeft te kauwen en het vlees waar juist je kunstgebit in blijft hangen. Er werd geroddeld over de man die zo in de war was dat hij iedereen met zijn wandelstok te lijf ging, of over de vrouw die steeds haar eigen huis kwijt was.

 
Dankzij de lieve receptioniste Marja was ik altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen van het huis. Zo kreeg ik ook van haar de tip om eens te gaan praten met meneer Merkx. Hij zat die dag alleen aan tafel in de gemeenschappelijke ruimte. Een lange, dunne man met wit haar dat een beetje alle kanten op stak. Op zijn neus een oranje bril met oranje glazen (dat blijkt handig te zijn met lezen). Zijn oren waren zo groot als die van de GVR. Met een zorgvuldige beweging gingen zijn vingers langs de letters in de krant.

Toen ik naast hem stond, zag ik dat hij de pagina met de overlijdensadvertenties voor zich had. Zonder op te kijken begon hij ze hardop voor te lezen. Ik voelde mij betrapt en ging tegenover hem zitten. “Ach, mevrouw Van de Sloot is eergisternacht overleden. Gelukkig hielden haar kinderen en kleinkinderen zielsveel van haar”. “Oh jee en mevrouw Hendrika Gerarda Maria Bemelmans – Hendrikje. Ook al dood. Morsdood.” Hij klapt de krant dicht. “Weer acht mensen overleefd vandaag,” zegt hij met een brede glimlach. Meneer Merkx stelde zichzelf voor. “Zeg maar Ab”. Ik mocht nooit meer Meneer Merkx zeggen.

Elke keer dat ik naar het huis ging bezocht ik Ab. We zaten op zijn luie stoelen, niet op de stoel van zijn overleden vrouw, dat was altijd een gevoelig onderwerp. Ab voelde zich niet oud, hij wilde ook niet bij de ouderen horen. Ab en ik leerde elkaar steeds beter kennen. We wandelden samen door de buurt en spraken over zijn verlangens om weer een vriendin te hebben. Ab deelde alles en gaf mij het gevoel dat ik ook alles kon delen met hem. “Oh, al mijn vrienden zijn al dood.” Om er echt zeker van te zijn pakte hij zijn kalender en bladerde er doorheen. Hij merkte op dat achter elke naam al een kruisje stond. Uiteindelijk kwam hij niet verder dan drie vrouwen uit het huis: de receptioniste, een vrijwilligster van het huis en een vrouw die hem hielp met het schrijven van zijn eerste roman. De ouderen waren geen vrienden van Ab. Als je immers elke dag met elkaar zit en niks meer mee maakt, heb je ook niks om over te praten.

Een jaar lang heb ik met Ab gepraat en gewandeld en elke keer vroeg ik mij af, wil hij misschien iets van mij? Flirt hij nou met mij? Dat kan toch niet? Dit raakte iets in me, waardoor hij mijn hoofdpersoon van de film werd. Hij maakte mij bewust van dat ik blijkbaar het idee had dat je geen privé gesprekken kan hebben met een oudere man.Ab was mijn spiegel, door hem betrapte ik mijzelf op het feit dat ons beeld over ouderen eerst moet veranderen en pas dan kunnen we gaan nadenken hoe we met elkaar omgaan in de samenleving. “Mijn leeftijd zit mij in de weg. Als je oud bent, ben je bejaard. Dan lig je niet meer goed in de markt.”

Helaas heb ik dit stuk helemaal in verleden tijd moeten schrijven want Ab werd ernstig ziek toen ik begon met filmen. De sportiefste en slankste man van het verzorgingshuis kreeg kanker. Hij verhuisde naar een hospice waar ik hem nog een aantal keer heb opgezocht. We lachten samen over de kaartjes die hij kreeg met ‘Beterschap’ en ‘Sterkte’. “Mensen kunnen zo afstandelijk blijven”. Ab was bang voor de dood die steeds dichtbij kwam. Toch was de dood sterker en is hij overleden. De man die zich het jongste voelde van het hele huis, stierf als eerste.
Ab, jammer genoeg kan je de documentaire nooit zien en ben je geen hoofdpersoon geworden. Maar ik heb met de documentaire geprobeerd om een kwetsbaar en menselijk beeld te geven van de ouderen in het huis. En ik wil hierbij tegen iedereen zeggen dat je gewoon alles moet vragen en vertellen tegen de mensen bij wie het goed voelt, ook als ze al 88 zijn.

DE VERHALENEXPRESS SAFFIER ||| De achtervolging

Door Wim Kok, bewoner van De Saffier

Op 1 april 2016 was het zover: ik had voor mijn afstuderen snel nog even mijn hok in het studentencomplex ‘De Sterren’ ingeruild voor een bejaardenwoning aan de Saffierlaan. De eerste stap naar een burgerlijk bestaan was gezet. Ik vind verhuizen altijd wel een beetje spannend. Naast dat het veel gedoe is mijn studenteninboedel te verplaatsen, kost het toch ook altijd weer energie om te integreren en je een beetje thuis te voelen. Mijn verhuizing naar De Saffier vormde daar geen uitzondering op.
Ik wist een soort van waar ik aan begon, maar toen ik voor het eerst het complex binnenkwam voelde het toch nog een beetje onwennig. De rammelende en piepende stadsbarrels waren ineens ingeruild tegen soepel lopende rollators. Brakke studenten waren ingeruild voor lief lachende opa’s en oma’s.

Toch waren niet alle bewoners even blij met onze komst. Zeer begrijpelijk ook, want wij kwamen ter opvulling van oude bekenden. Daarnaast moesten er nog wat vooroordelen worden weggepoetst omdat men bang was voor overlast door ‘de studenten’. Al met al: er was nog even wat overtuigingskracht nodig om te laten zien dat wij een toegevoegde waarde zouden vormen in het complex.

Voor mij persoonlijk was de volgende gebeurtenis hier een mooi keerpunt in. Het was 17 april 2016. Ik zat in mijn studio geconcentreerd te studeren, toen ik buiten opeens iemand hoorde roepen: “MENEER, U KOMT NU TERUG!”. Toen ik naar buiten keek zag ik nog net een fit uitziende oude meneer in een versnelde pas in een steeg verdwijnen. Hij werd achtervolgd door een verpleegster, die overduidelijk in paniek was. Ik bedacht me geen moment, pakte mijn jas en sprintte van de 4e verdieping naar beneden.

Een paar straten verderop kwam ik de verpleegster tegen. Ze vertelde dat de oude meneer een demente patiënt was van de gesloten afdeling. Hij was tijdens het luchten in de tuin ontsnapt en hij had haar aangevallen. Ze durfde daarom verder geen actie meer te ondernemen, terwijl de man vrij door de buurt heen liep.

Na een paar straten afgespeurd te hebben vond ik de man. En nu? De meneer zag er flink verstrooid uit en liep nog steeds in een versnelde pas over zijn schouder te kijken alsof hij op de vlucht was. Moest ik hem aanspreken? Ik had zo’n vermoeden dat de man niet vrijwillig met mij mee zou lopen naar de Saffierlaan. Ik besloot daarom de politie te bellen en zo onopvallend mogelijk de achtervolging in te zetten. Ter hoogte van het Goylaan kwam de politie eraan gereden. Toen we aan de man vroegen waar hij naartoe onderweg was zei hij: “Gewoon, ik was onderweg naar huis”.

Het verhaal ging snel in de rondte op De Saffier en ik werd door een aantal oude bewoners opeens heel vrolijk begroet. Ik voelde me meteen al een beetje meer thuis!