Maandelijks Archief:juli 2017

DE VERHALENEXPRESS TDO ||| Een dorp in de stad

Door Cuno Balfoort, pandbeheerder Tuindorp Oost.

Het is een mooie zomerse dag en de ouderen staan klaar om lekker taartjes te gaan eten in ecologisch tuinenpark de Driehoek. Milan heeft vrij genomen om te helpen. Careyn heeft helaas te weinig zusters om de mensen uit de Tuinkamer mee te kunnen brengen. Een vrijwilliger van de Driehoek is erg geraakt door de oneerlijkheid van de situatie. Er is echter niets aan te doen door de kafkaëske restricties die worden opgelegd via medisch protocol en aansprakelijkheid. Milan en ik pakken beiden een rolstoel met een ouderling erin en beginnen te lopen.

De hitte overspoelt ons en ik trek snel mijn jas uit. Ik grap tegen de oudere dame in de rolstoel dat wij Milan en zijn bijrijder zullen verslaan in deze race. Op een drafje breng ik haar naar het huisje van de Driehoek. De taarten staan al op tafel. Een assortiment natuurliefhebbers begroet ons met enthousiasme en warme blikken. Ik parkeer mevrouw aan een tafel en de vrijwilligers van de tuin verzorgen haar direct met stukken taart en warme dranken. Milan toont mij zijn empathische superioriteit en stelt voor taartjes terug te brengen naar de mensen in de tuinkamer die niet mee konden. Dit idee wordt hartelijk ontvangen en al snel lopen we terug naar huis met twee schalen vol taartjes.

We leveren de taartjes bij de tuinkamer af, de goede daad wordt op prijs gesteld, en we lopen snel door om de laatste twee ouderen op te halen. Hun sippe gezichtjes lichten op als we eraan komen. “De eersten zullen de laatsten zijn” zeg ik tegen mijn bijrijder, puttend uit een deel van mijn geheugen wat me tot nu toe onbekend was. Ze kirt gelukzalig om mijn bijbelreferentie en klampt zich vast aan haar stoel terwijl ik haar joggend over het pad langs de ezels stuur. Ik vraag haar of het niet te hard gaat maar ze merkt op dat ze dan ook eerder bij de taartjes zullen zijn. Extra gemotiveerd door het idee van taartjes ren ik nog een stuk door. Als we er zijn kijkt mevrouw nog even achter ons, naar Milan en zijn passagier, en exclameert “We lopen wel voor!”

Als de taart op is grijpen alle vrijwilligers een rolstoel en beginnen we aan een wandeling door de tuinen. Het is de meest prettige zomerdag die Nederland produceert en wij lopen door het mooiste stuk natuur in de omgeving. De vrijwilligster die voor ons loopt vertelt ons welke planten we zien en bij sommigen heeft ze een korte anekdote. Ik weet nu over onkruid uit het Krijt. Het trotseren van het zanderige paadje is voor de ouderen een soort safari; je ziet mensen die hun omslagdoek wat hoger leggen en bij twee rolstoelen ontstaat een mankement. Het mag de sfeer echter niet drukken.

Bij terugkomst worden de tafels buiten gezet en veel ouderen willen nog wel even in de zon. Met een sapje in de hand wordt er nu gezongen. De liedjes vallen binnen het thema ‘tuin’. Niets eraan is herkenbaar voor mij en ook Milan lijkt ze niet te kennen. Meerdere generaties vrouwen zijn nu een liedje aan het zingen over een zielig mereltje en een vrouw die “Marietje” heet. Het is geweldig om te zien dat gezamenlijk zingen zo waardevol is voor deze mensen. Ouderen die normaal erg stil en op zichzelf zijn zingen ineens uit volle borst mee.

Met de hulp van de vrijwilligers brengen we alle ouderen weer terug naar huis. Als Milan en ik een laatste ronde hebben gedaan om te kijken of er geen achterblijvers zijn vergeten, gaan wij ook weer naar huis. De laatsten die ik nog van dienst kan zijn, zijn de dames van lijn zeven. Ik heb net mevrouw Nienhuis uit haar rolstoel geholpen en ben op weg naar huis, als ik door een van de ouderen van lijn zeven word aangesproken. Ze heeft het over haar vriendin, dat ze niet meer weet waar ze nu is. Ik merk op de ze er de hele tijd zo goed bij was, dat het me verbaast. Dat het misschien de heftige warmte was. Het is nu bijna elke dag zegt ze, vanochtend heeft ze haar geholpen met aankleden, toen was ze net zo in de war. Ze heeft tranen in haar ogen. Ik weet niets om te zeggen.

Nadat ik heb aangeboden een keer boodschappen te doen of thee te drinken, iets beters kan ik niet verzinnen, neem ik afscheid en ga ik terug naar huis. Het kan confronterend en moeilijk zijn om betrokken te worden in zaken van dood en ziekte, maar ik ben ervan overtuigd dat het belangrijke levenservaring geeft. Onmisbaar zelfs, want vroeg of laat confronteert het leven je er toch mee. En het positieve krijg je ook: mensen die aan het einde zitten toch nog mee laten doen en helpen met mooie ervaringen opdoen. Ik maal alles nog eens over. Deze dag had alles; blijdschap en verdriet, alle generaties en natuur in de stad. Dit is toch wel een beetje hoe een dorp hoort te zijn.

DE VERHALENEXPRESS SAFFIER ||| Benidorm Bastards

Door Ramon Mensink, bewoner van De Saffier

Ik kwam in het najaar van 2015 naar Utrecht, vanwege mijn afstudeerstage. Het Hospitaal, een project van Socius Wonen, bood huisvesting in een verlaten ziekenhuis. Wonen in een ziekenhuis, een bijzondere ervaring, maar goed dat het een tijdelijk project was. Afijn, na mijn stage heb ik daar een baan aangeboden gekregen, waardoor ik een nieuwe plek om te wonen nodig had. Toen ik hoorde van dit project in een bejaardenhuis was ik verkocht. Hoe stom klinkt dat, als je eerst in een ziekenhuis gewoond hebt en op 25-jarige leeftijd je intrede doet in een bejaardenhuis?!

Toch is het wonen in De Saffier voor mij en mijn mede Hospitaal-gangers een hele verademing. Een eigen studio, met je eigen badkamer, toilet en keukentje, als je wilt, kun je hier als een kluizenaar leven. Gelukkig is De Saffier een erg sociaal project. Niet alleen slof je op je sokken naar je buren/vrienden voor een bakkie koffie, ook de senioren houden wel van gezelligheid. Hier kwam ik in de zomer van 2016 achter, waarbij FC Scootmobiel zich ’s avonds verzameld naast de hoofdingang, vervolgens een aantal flessen wijn lostrekt en zich smakelijk vermaken. Mijn studio bevindt zich boven de hoofdingang waardoor ik hun gesprekken en harde gelach zonder verlies van decibellen mee krijg. Ik moet er wel om lachen hoor, lig je dan; als ‘young professional’  die de volgende dag gewoon weer moet werken, terwijl de Benidorm Bastards zich ’s nachts prima vermaken onder het genot van enkele alcoholische versnaperingen. Ik ben niet iemand die op dit soort momenten uit zijn raam gaat hangen om ze even op het geluidsniveau te wijzen, ik vind het mooi dat ze genieten, pak vervolgens mijn oordopjes en ga tukken.

Ook het ochtendritueel is vaak dezelfde. Wanneer ik ’s ochtends vroeg naar buiten loop, is er vaak al één persoon uit de veren. De meeste bewoners scharen deze man (met vaak gewassen rode jas) dan ook onder het meubilair van De Saffier. Na 18:00 uur gaan de schuifdeuren niet automatisch meer open als je van buiten komt, je hebt dan de sleutel nodig. Laatst kwam ik terug van een stukje hardlopen en liep richting de schuifdeur van de hoofdingang. Een van de heren senioren die gezellig in de entreehal bij elkaar zaten, schoot als een jonge twintiger omhoog en bewoog zich soepel en snel naar de binnenzijde van de automatische schuifdeur zodat deze open ging voor mij en ik mijn sleutel niet hoefde te pakken. Ik loop naar binnen, bedank de man, en krijg de vraag op plat Utrechts “Zo jongen, hejje lekker getrimd?!”. Ik moest even denken; ‘trimmen’ een woord uit grootmoeders tijd, was dit hetzelfde als hardlopen?

Door de blend van mensen aan het begin en aan het einde van hun leven ontstaan vaker leuke, opmerkelijke situaties waarbij beide partijen iets van elkaar leren. Een erg leuk concept waarbij jong en oud meer begrip krijgen voor elkaar.