Categorie Archief:de Verhalenexpress

‘Met liefde erbij is alles lekker’

Door Lieve Hehenkamp, bewoner van Tuindorp Oost

Daar zat ik dan, een jaar geleden, op mijn eerste uitje met de ouderen. Gelokt door de combinatie van thee en taart. Ik zat op een iets te harde stoel, met onrust in mijn hele lijf. Alleen mijn vingertoppen lieten echter de onrust zien, druk tikkend op mijn bovenbeen. Ik ben anders, in hun ogen jong. Wat zouden ze denken van mij, die lange meid, met die hoge hakken? Hoe gaan we in hemelsnaam die verbinding vinden? Niet de thee of taart (al was die belachelijk lekker), maar het ontmoeten van Ansje, aan het einde van dit uitje, vormde gelijk het begin van het antwoord op die vraag.

Ansje is een oudere bewoonster van Tuindorp Oost, achterin de 80, van klein statuur, met een scherpe blik. Gedurende het gesprek leer ik al snel dat haar man drie weken daarvoor was overleden. Ik schrik en mijn mond schiet even op slot. Ik mompel dan ‘wat erg’ en het gesprek gaat gelukkig daarna weer door. Uiteindelijk loop ik met Ansje mee terug naar ‘ons’ huis en ze vraagt me nog even binnen. ‘Kom, dan laat ik je wat foto’s zien.’ Een half uur later sta ik verrijkt maar ook wat verdrietiger weer buiten. Wat een indruk kan een simpele middag dan achterlaten.

Deze ontmoeting was de start van een voor mij (toch) onverwacht leuk en waardevol contact. Korte tijd na het uitje ga ik langs bij Ansje, benieuwd naar hoe het met haar gaat. Ze vraagt me binnen en al snel kletsen we gezellig aan het raam, de zon zachtjes binnen schijnend op ons beiden. Vele ontmoetingen volgen waarbij ik leer dat ik niet bang hoef te zijn om anders te zijn. We hebben gesprekken over bijvoorbeeld het geloof, legpuzzels, abortus, beschuiten (‘Bolletje natuurlijk’), eenzaamheid, familie, televisieprogramma’s en reizen.

Maar… één van de favoriete gespreksonderwerpen van mij en Ansje is toch wel de liefde, in al zijn vormen. Bij Ansje gaat het voornamelijk over haar familie en haar overleden man en hun prachtige leven samen, bij mij over mijn datingperikelen. Vandaag was ik weer bij Ansje, en ik maakte op gegeven moment aanstalten om weg te gaan. ‘O moet je weg?’. ‘Ja er komt iemand eten, en ik moet nog koken.’ Een korte pauze. Dan zegt Ansje, met een kleine glimlach: ‘Spannend?’. Ik grijns terug en knik. Vertel dat ik toch wel zenuwachtig ben, dat ik wel wil dat het lekker is. Een grotere glimlach dit keer. ‘Lieve; met liefde erbij is alles lekker. En gewoon jezelf zijn.’ Kort na deze woorden ga ik weg en bij het weggaan hoor ik net voordat ik de deur dichtdoe nog een zachtjes ‘En niet nerveus zijn hè?’. Ik doe de deur dicht met weer diezelfde grijns en een mengelmoes van emoties. Echt niks mis met anders zijn, hier in Tuindorp Oost. Ansje, dankjewel hè?

 

DE VERHALENEXPRESS TDO ||| Een dorp in de stad

Door Cuno Balfoort, pandbeheerder Tuindorp Oost.

Het is een mooie zomerse dag en de ouderen staan klaar om lekker taartjes te gaan eten in ecologisch tuinenpark de Driehoek. Milan heeft vrij genomen om te helpen. Careyn heeft helaas te weinig zusters om de mensen uit de Tuinkamer mee te kunnen brengen. Een vrijwilliger van de Driehoek is erg geraakt door de oneerlijkheid van de situatie. Er is echter niets aan te doen door de kafkaëske restricties die worden opgelegd via medisch protocol en aansprakelijkheid. Milan en ik pakken beiden een rolstoel met een ouderling erin en beginnen te lopen.

De hitte overspoelt ons en ik trek snel mijn jas uit. Ik grap tegen de oudere dame in de rolstoel dat wij Milan en zijn bijrijder zullen verslaan in deze race. Op een drafje breng ik haar naar het huisje van de Driehoek. De taarten staan al op tafel. Een assortiment natuurliefhebbers begroet ons met enthousiasme en warme blikken. Ik parkeer mevrouw aan een tafel en de vrijwilligers van de tuin verzorgen haar direct met stukken taart en warme dranken. Milan toont mij zijn empathische superioriteit en stelt voor taartjes terug te brengen naar de mensen in de tuinkamer die niet mee konden. Dit idee wordt hartelijk ontvangen en al snel lopen we terug naar huis met twee schalen vol taartjes.

We leveren de taartjes bij de tuinkamer af, de goede daad wordt op prijs gesteld, en we lopen snel door om de laatste twee ouderen op te halen. Hun sippe gezichtjes lichten op als we eraan komen. “De eersten zullen de laatsten zijn” zeg ik tegen mijn bijrijder, puttend uit een deel van mijn geheugen wat me tot nu toe onbekend was. Ze kirt gelukzalig om mijn bijbelreferentie en klampt zich vast aan haar stoel terwijl ik haar joggend over het pad langs de ezels stuur. Ik vraag haar of het niet te hard gaat maar ze merkt op dat ze dan ook eerder bij de taartjes zullen zijn. Extra gemotiveerd door het idee van taartjes ren ik nog een stuk door. Als we er zijn kijkt mevrouw nog even achter ons, naar Milan en zijn passagier, en exclameert “We lopen wel voor!”

Als de taart op is grijpen alle vrijwilligers een rolstoel en beginnen we aan een wandeling door de tuinen. Het is de meest prettige zomerdag die Nederland produceert en wij lopen door het mooiste stuk natuur in de omgeving. De vrijwilligster die voor ons loopt vertelt ons welke planten we zien en bij sommigen heeft ze een korte anekdote. Ik weet nu over onkruid uit het Krijt. Het trotseren van het zanderige paadje is voor de ouderen een soort safari; je ziet mensen die hun omslagdoek wat hoger leggen en bij twee rolstoelen ontstaat een mankement. Het mag de sfeer echter niet drukken.

Bij terugkomst worden de tafels buiten gezet en veel ouderen willen nog wel even in de zon. Met een sapje in de hand wordt er nu gezongen. De liedjes vallen binnen het thema ‘tuin’. Niets eraan is herkenbaar voor mij en ook Milan lijkt ze niet te kennen. Meerdere generaties vrouwen zijn nu een liedje aan het zingen over een zielig mereltje en een vrouw die “Marietje” heet. Het is geweldig om te zien dat gezamenlijk zingen zo waardevol is voor deze mensen. Ouderen die normaal erg stil en op zichzelf zijn zingen ineens uit volle borst mee.

Met de hulp van de vrijwilligers brengen we alle ouderen weer terug naar huis. Als Milan en ik een laatste ronde hebben gedaan om te kijken of er geen achterblijvers zijn vergeten, gaan wij ook weer naar huis. De laatsten die ik nog van dienst kan zijn, zijn de dames van lijn zeven. Ik heb net mevrouw Nienhuis uit haar rolstoel geholpen en ben op weg naar huis, als ik door een van de ouderen van lijn zeven word aangesproken. Ze heeft het over haar vriendin, dat ze niet meer weet waar ze nu is. Ik merk op de ze er de hele tijd zo goed bij was, dat het me verbaast. Dat het misschien de heftige warmte was. Het is nu bijna elke dag zegt ze, vanochtend heeft ze haar geholpen met aankleden, toen was ze net zo in de war. Ze heeft tranen in haar ogen. Ik weet niets om te zeggen.

Nadat ik heb aangeboden een keer boodschappen te doen of thee te drinken, iets beters kan ik niet verzinnen, neem ik afscheid en ga ik terug naar huis. Het kan confronterend en moeilijk zijn om betrokken te worden in zaken van dood en ziekte, maar ik ben ervan overtuigd dat het belangrijke levenservaring geeft. Onmisbaar zelfs, want vroeg of laat confronteert het leven je er toch mee. En het positieve krijg je ook: mensen die aan het einde zitten toch nog mee laten doen en helpen met mooie ervaringen opdoen. Ik maal alles nog eens over. Deze dag had alles; blijdschap en verdriet, alle generaties en natuur in de stad. Dit is toch wel een beetje hoe een dorp hoort te zijn.

DE VERHALENEXPRESS SAFFIER ||| Benidorm Bastards

Door Ramon Mensink, bewoner van De Saffier

Ik kwam in het najaar van 2015 naar Utrecht, vanwege mijn afstudeerstage. Het Hospitaal, een project van Socius Wonen, bood huisvesting in een verlaten ziekenhuis. Wonen in een ziekenhuis, een bijzondere ervaring, maar goed dat het een tijdelijk project was. Afijn, na mijn stage heb ik daar een baan aangeboden gekregen, waardoor ik een nieuwe plek om te wonen nodig had. Toen ik hoorde van dit project in een bejaardenhuis was ik verkocht. Hoe stom klinkt dat, als je eerst in een ziekenhuis gewoond hebt en op 25-jarige leeftijd je intrede doet in een bejaardenhuis?!

Toch is het wonen in De Saffier voor mij en mijn mede Hospitaal-gangers een hele verademing. Een eigen studio, met je eigen badkamer, toilet en keukentje, als je wilt, kun je hier als een kluizenaar leven. Gelukkig is De Saffier een erg sociaal project. Niet alleen slof je op je sokken naar je buren/vrienden voor een bakkie koffie, ook de senioren houden wel van gezelligheid. Hier kwam ik in de zomer van 2016 achter, waarbij FC Scootmobiel zich ’s avonds verzameld naast de hoofdingang, vervolgens een aantal flessen wijn lostrekt en zich smakelijk vermaken. Mijn studio bevindt zich boven de hoofdingang waardoor ik hun gesprekken en harde gelach zonder verlies van decibellen mee krijg. Ik moet er wel om lachen hoor, lig je dan; als ‘young professional’  die de volgende dag gewoon weer moet werken, terwijl de Benidorm Bastards zich ’s nachts prima vermaken onder het genot van enkele alcoholische versnaperingen. Ik ben niet iemand die op dit soort momenten uit zijn raam gaat hangen om ze even op het geluidsniveau te wijzen, ik vind het mooi dat ze genieten, pak vervolgens mijn oordopjes en ga tukken.

Ook het ochtendritueel is vaak dezelfde. Wanneer ik ’s ochtends vroeg naar buiten loop, is er vaak al één persoon uit de veren. De meeste bewoners scharen deze man (met vaak gewassen rode jas) dan ook onder het meubilair van De Saffier. Na 18:00 uur gaan de schuifdeuren niet automatisch meer open als je van buiten komt, je hebt dan de sleutel nodig. Laatst kwam ik terug van een stukje hardlopen en liep richting de schuifdeur van de hoofdingang. Een van de heren senioren die gezellig in de entreehal bij elkaar zaten, schoot als een jonge twintiger omhoog en bewoog zich soepel en snel naar de binnenzijde van de automatische schuifdeur zodat deze open ging voor mij en ik mijn sleutel niet hoefde te pakken. Ik loop naar binnen, bedank de man, en krijg de vraag op plat Utrechts “Zo jongen, hejje lekker getrimd?!”. Ik moest even denken; ‘trimmen’ een woord uit grootmoeders tijd, was dit hetzelfde als hardlopen?

Door de blend van mensen aan het begin en aan het einde van hun leven ontstaan vaker leuke, opmerkelijke situaties waarbij beide partijen iets van elkaar leren. Een erg leuk concept waarbij jong en oud meer begrip krijgen voor elkaar.

DE VERHALENEXPRESS SAFFIER ||| De achtervolging

Door Wim Kok, bewoner van De Saffier

Op 1 april 2016 was het zover: ik had voor mijn afstuderen snel nog even mijn hok in het studentencomplex ‘De Sterren’ ingeruild voor een bejaardenwoning aan de Saffierlaan. De eerste stap naar een burgerlijk bestaan was gezet. Ik vind verhuizen altijd wel een beetje spannend. Naast dat het veel gedoe is mijn studenteninboedel te verplaatsen, kost het toch ook altijd weer energie om te integreren en je een beetje thuis te voelen. Mijn verhuizing naar De Saffier vormde daar geen uitzondering op.
Ik wist een soort van waar ik aan begon, maar toen ik voor het eerst het complex binnenkwam voelde het toch nog een beetje onwennig. De rammelende en piepende stadsbarrels waren ineens ingeruild tegen soepel lopende rollators. Brakke studenten waren ingeruild voor lief lachende opa’s en oma’s.

Toch waren niet alle bewoners even blij met onze komst. Zeer begrijpelijk ook, want wij kwamen ter opvulling van oude bekenden. Daarnaast moesten er nog wat vooroordelen worden weggepoetst omdat men bang was voor overlast door ‘de studenten’. Al met al: er was nog even wat overtuigingskracht nodig om te laten zien dat wij een toegevoegde waarde zouden vormen in het complex.

Voor mij persoonlijk was de volgende gebeurtenis hier een mooi keerpunt in. Het was 17 april 2016. Ik zat in mijn studio geconcentreerd te studeren, toen ik buiten opeens iemand hoorde roepen: “MENEER, U KOMT NU TERUG!”. Toen ik naar buiten keek zag ik nog net een fit uitziende oude meneer in een versnelde pas in een steeg verdwijnen. Hij werd achtervolgd door een verpleegster, die overduidelijk in paniek was. Ik bedacht me geen moment, pakte mijn jas en sprintte van de 4e verdieping naar beneden.

Een paar straten verderop kwam ik de verpleegster tegen. Ze vertelde dat de oude meneer een demente patiënt was van de gesloten afdeling. Hij was tijdens het luchten in de tuin ontsnapt en hij had haar aangevallen. Ze durfde daarom verder geen actie meer te ondernemen, terwijl de man vrij door de buurt heen liep.

Na een paar straten afgespeurd te hebben vond ik de man. En nu? De meneer zag er flink verstrooid uit en liep nog steeds in een versnelde pas over zijn schouder te kijken alsof hij op de vlucht was. Moest ik hem aanspreken? Ik had zo’n vermoeden dat de man niet vrijwillig met mij mee zou lopen naar de Saffierlaan. Ik besloot daarom de politie te bellen en zo onopvallend mogelijk de achtervolging in te zetten. Ter hoogte van het Goylaan kwam de politie eraan gereden. Toen we aan de man vroegen waar hij naartoe onderweg was zei hij: “Gewoon, ik was onderweg naar huis”.

Het verhaal ging snel in de rondte op De Saffier en ik werd door een aantal oude bewoners opeens heel vrolijk begroet. Ik voelde me meteen al een beetje meer thuis!

DE VERHALENEXPRESS TDO ||| Het brandalarm…

Door Sanne Heemskerk, bewoonster van Tuindorp Oost.

Voordat ik mijn verhaal doe over het brandalarm in mijn appartement zal ik eerst even uitleggen waar ik woon. Ik woon in een bejaardentehuis, niet omdat ik al heel oud ben maar omdat het op de slooplijst staat. Daardoor komen er geen bejaarden meer binnen, er ontstonden wel lege appartementen en zo langzamerhand werd de flat een spookflat. Ik woon dus in een spookflat, en verjaag de spoken door daar te wonen! And believe me, fulltime job!

 Terug naar het brandalarm, in een bejaardentehuis staat het brandalarm op scherp. Want mocht er brand uitbreken dan ben ik van spookverjager plots rollatorbegeleider en staat de brandweer echt in 2 sec. op de stoep!

 De brandalarmen stonden zo scherp dat het voor de spookverjagers in het gebouw bijna onmogelijk was een lekkere pannenkoek te bakken, laat staan een tosti! Na een aantal meldingen zijn de brandalarmen bij de spookverjagers minder scherp afgesteld maar de schrik zit er bij sommigen goed in. Mijn buurmeisje durft nog geen kaars aan te steken.

 Ik had nergens last van, tot ik het vorige week klaarspeelde om soep droog te koken. Best een prestatie als er 1,5 liter water in zit. Ik tilde de deksel van de pan. De geur van gekarameliseerde ui en wortel in vergaande staat bereikte mijn neus. Snel liet ik de deksel weer zakken en bekeek de keuken. Staat die blauw? Is dit blauw staan? Even mijn buurmeisje vragen. Oja de voordeur kan beter dicht blijven, op de gang zitten ook van die alarmen. Balkondeur open dan maar? Hmm.. Fornuis uit! Check. Zal ik… nee. Of toch maar.. nee niet handig. Stomend water? Ja laten we de waterkraan aanzetten. Das voor zo’n alarm toch teken van goeie stoom, niet te verwarren met rook.. een stoom vermengt met rook kan nooit slechter zijn dan rook! Top idee!

Lang verhaal kort, het alarm bleef stil. Drie centimeter zwaar gekarameliseerde ui, wortel en broccoli is geen reden voor alarm!

 De dagen verstrijken en ik blijf wat dichter bij mijn fornuis. Tot vandaag. Mijn ontbijt is al achter de kiezen, maar ik bak met het resterende beslag de laatste pannenkoeken. Even zet ik een afspraak in de online agenda. Een tweede afspraak, even opzoeken hoe laat dat begon. Piep piep piep, mijn hart stijgt naar mijn keel, ooo nooo, mijn pannenkoeken.. Ik sprint naar de keuken, kijk naar het brandalarm, terwijl ik in mijn ooghoek de oorzaak van het geluid zie. Een oud mannetje rijdt zijn scootmobiel vakkundig achteruit de gang door.

 

Ik geef de pen door aan Kim Brand.

DE VERHALENEXPRESS SAFFIER ||| Een brutale inbreker….?

Geschreven door: Geritia Gortemaker bewoonster van De Saffier.

Afgelopen jaar verliet ik mijn oude vertrouwde omgeving vol leuke huisgenoten om samen met mijn 2 konijnen op De Saffier te komen wonen. Ik kende er zo goed als niemand, wat voor mij inhield: nieuwe mensen, nieuwe verwachtingen en nieuwe regels. Bij mijn nieuwe omgeving kwam ook kijken dat ik opnieuw grenzen moest verkennen: in het begin loop je een beetje op eieren. Hebben de buren last van mij? Maak ik te veel of te hard geluid. Oeh shit, ik heb iets aan laten branden, ruiken ze dat nu ook? Ik hoop dat ze nog wel een keer mee willen eten. Je kent het wel, of misschien ben ik er gewoon zo één die er te veel over nadenkt.

Mijn konijnen lopen altijd los in mijn kamer, ook als ik de deur uit ga, pas als ik ga slapen gaan ze hun huisje weer in tot ik weer wakker word. Ik besloot een avondje te gaan stappen met vrienden en dacht: ik ruim mijn kamer op voordat ik de deur uitga. De afwas was gedaan, ik had stof gezogen en mijn bed opgemaakt, zodat wanneer ik dronken terugkwam ik me niet hoefde te ergeren aan de zooi of te struikelen over wat er op de vloer lag.
Rond 05.00 uur was het zover, ik was klaar met de avond en keek uit naar mijn bed. Ik opende de tussendeur naar mijn deel van de gang en hoor een zoemend geluid. Geërgerd dacht ik nog: welke asociale bewoner gaat nu om 5 uur ‘s nachts nog stofzuigen, die spoort voor geen kant! Nieuwsgierig naar wie de bewoner was liep ik langzaam op het geluid af, totdat ik voor mijn eigen deur stond. Ik kreeg een hartverzakking. Het geluid kwam gewoon uit mijn eigen kamer! Ik was de idioot die om 5 uur ‘s nachts aan het stofzuigen was. Alleen kon dat natuurlijk niet, want ik was er al de hele nacht niet. Scenario’s gingen door mijn hoofd. Iemand heeft ingebroken!… om te stofzuigen in mijn kamer? Niks was logisch. Ik raapte mijn moed bij elkaar, klaar voor wat er ook achter mijn deur zat en gooide mijn deur open. Niemand, alleen de stofzuiger die aan het blazen was en twee konijnen die er bovenop aan het spelen waren. Ik was gewoon de stekker vergeten uit het stopcontact te halen (zucht… rolt met ogen) Ik was toen niet alleen de idioot maar ik voelde me ook echt een idioot.

Vanaf deze maand geven bewoners van De Saffier de pen door en nodige een volgende bewoner uit om te schrijven over zijn of haar belevenissen op de Saffier. De volgende schrijver is Wim Kok!