DE VERHALENEXPRESS TDO ||| Een dorp in de stad

DE VERHALENEXPRESS TDO ||| Een dorp in de stad

Door Cuno Balfoort, pandbeheerder Tuindorp Oost.

Het is een mooie zomerse dag en de ouderen staan klaar om lekker taartjes te gaan eten in ecologisch tuinenpark de Driehoek. Milan heeft vrij genomen om te helpen. Careyn heeft helaas te weinig zusters om de mensen uit de Tuinkamer mee te kunnen brengen. Een vrijwilliger van de Driehoek is erg geraakt door de oneerlijkheid van de situatie. Er is echter niets aan te doen door de kafkaëske restricties die worden opgelegd via medisch protocol en aansprakelijkheid. Milan en ik pakken beiden een rolstoel met een ouderling erin en beginnen te lopen.

De hitte overspoelt ons en ik trek snel mijn jas uit. Ik grap tegen de oudere dame in de rolstoel dat wij Milan en zijn bijrijder zullen verslaan in deze race. Op een drafje breng ik haar naar het huisje van de Driehoek. De taarten staan al op tafel. Een assortiment natuurliefhebbers begroet ons met enthousiasme en warme blikken. Ik parkeer mevrouw aan een tafel en de vrijwilligers van de tuin verzorgen haar direct met stukken taart en warme dranken. Milan toont mij zijn empathische superioriteit en stelt voor taartjes terug te brengen naar de mensen in de tuinkamer die niet mee konden. Dit idee wordt hartelijk ontvangen en al snel lopen we terug naar huis met twee schalen vol taartjes.

We leveren de taartjes bij de tuinkamer af, de goede daad wordt op prijs gesteld, en we lopen snel door om de laatste twee ouderen op te halen. Hun sippe gezichtjes lichten op als we eraan komen. “De eersten zullen de laatsten zijn” zeg ik tegen mijn bijrijder, puttend uit een deel van mijn geheugen wat me tot nu toe onbekend was. Ze kirt gelukzalig om mijn bijbelreferentie en klampt zich vast aan haar stoel terwijl ik haar joggend over het pad langs de ezels stuur. Ik vraag haar of het niet te hard gaat maar ze merkt op dat ze dan ook eerder bij de taartjes zullen zijn. Extra gemotiveerd door het idee van taartjes ren ik nog een stuk door. Als we er zijn kijkt mevrouw nog even achter ons, naar Milan en zijn passagier, en exclameert “We lopen wel voor!”

Als de taart op is grijpen alle vrijwilligers een rolstoel en beginnen we aan een wandeling door de tuinen. Het is de meest prettige zomerdag die Nederland produceert en wij lopen door het mooiste stuk natuur in de omgeving. De vrijwilligster die voor ons loopt vertelt ons welke planten we zien en bij sommigen heeft ze een korte anekdote. Ik weet nu over onkruid uit het Krijt. Het trotseren van het zanderige paadje is voor de ouderen een soort safari; je ziet mensen die hun omslagdoek wat hoger leggen en bij twee rolstoelen ontstaat een mankement. Het mag de sfeer echter niet drukken.

Bij terugkomst worden de tafels buiten gezet en veel ouderen willen nog wel even in de zon. Met een sapje in de hand wordt er nu gezongen. De liedjes vallen binnen het thema ‘tuin’. Niets eraan is herkenbaar voor mij en ook Milan lijkt ze niet te kennen. Meerdere generaties vrouwen zijn nu een liedje aan het zingen over een zielig mereltje en een vrouw die “Marietje” heet. Het is geweldig om te zien dat gezamenlijk zingen zo waardevol is voor deze mensen. Ouderen die normaal erg stil en op zichzelf zijn zingen ineens uit volle borst mee.

Met de hulp van de vrijwilligers brengen we alle ouderen weer terug naar huis. Als Milan en ik een laatste ronde hebben gedaan om te kijken of er geen achterblijvers zijn vergeten, gaan wij ook weer naar huis. De laatsten die ik nog van dienst kan zijn, zijn de dames van lijn zeven. Ik heb net mevrouw Nienhuis uit haar rolstoel geholpen en ben op weg naar huis, als ik door een van de ouderen van lijn zeven word aangesproken. Ze heeft het over haar vriendin, dat ze niet meer weet waar ze nu is. Ik merk op de ze er de hele tijd zo goed bij was, dat het me verbaast. Dat het misschien de heftige warmte was. Het is nu bijna elke dag zegt ze, vanochtend heeft ze haar geholpen met aankleden, toen was ze net zo in de war. Ze heeft tranen in haar ogen. Ik weet niets om te zeggen.

Nadat ik heb aangeboden een keer boodschappen te doen of thee te drinken, iets beters kan ik niet verzinnen, neem ik afscheid en ga ik terug naar huis. Het kan confronterend en moeilijk zijn om betrokken te worden in zaken van dood en ziekte, maar ik ben ervan overtuigd dat het belangrijke levenservaring geeft. Onmisbaar zelfs, want vroeg of laat confronteert het leven je er toch mee. En het positieve krijg je ook: mensen die aan het einde zitten toch nog mee laten doen en helpen met mooie ervaringen opdoen. Ik maal alles nog eens over. Deze dag had alles; blijdschap en verdriet, alle generaties en natuur in de stad. Dit is toch wel een beetje hoe een dorp hoort te zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *